Het bouwproces in woorden

In januari 2021 heb ik een Fiat Ducato gekocht om om te bouwen tot een camperbusje, ik noem het mijn tiny house op wielen. Het was de bedoeling dat het een geheel zelfvoorzienend busje zou worden, als het om stroom gaat. Water, en diesel moet je natuurlijk regelmatig inslaan, maar dat kan nagenoeg overal, en gas kun je voor maanden meenemen als je dit alleen gebruikt om te koken. Dit was mijn grote wens nadat ik 8 jaar een fabriekscamper had gehad en voldoende ideeën had ontwikkeld om er één geheel op maat te ontwikkelen en ook daadwerkelijk te maken. Ik was niet over één nacht ijs gegaan en had als voorbereiding een 3-dimensionaal ontwerp gemaakt met behulp van Sketch-up. Ik had tot op de millimeter nauwkeurig alle onderdelen een plek gegeven en wist dat het in een Fiat Ducato (Citroën Jumper, of Peugeot Boxer) van 540 cm lengte mogelijk was. Er moest een bed, keuken, w.c. en zithoek in passen. Ik had ook al een goed idee ontwikkeld wat voor prijzen ik kon verwachten bij een specifieke kilometerstand en ouderdom. Het was een kwestie van toeslaan zodra het busje zich aanbood en dan beginnen met bouwen. In de tussentijd had ik ook een werkbank gemaakt en enig gereedschap aangeschaft welke beide onmisbaar zijn als je aan zo’n project begint. Ik had een ruime parkeerplaats waar het busje kon staan en een grote schuur waar ik de werkbank een plekje kon geven. Al die omstandigheden zijn best belangrijk als je zonder veel drempels wil werken. 

Het busje

Het was een mooi gaaf busje voor slechts €7500 uit 2014 en 225 duizend km gereden. Achteraf bleek de airco kapot te zijn en moest de distributieriem snel vervangen worden, en de banden waren echt aan vervanging toe, en de schuifdeur sloot niet echt goed meer. Verder knipperde de display permanent, wat ervoor zorgde dat de accu steeds leegliep. Bleek een fout in de uitleesunit, die vervangen moest worden. Er was een duidelijke reden waarom het busje vrij goedkoop was, maar omdat die aanpassingen in de tijd gespreid konden worden, was dit goed te doen. Het busje was afkomstig van een stofferingsbedrijf en was gemakkelijk te strippen. Aan de wand was alleen een raamwerk van hout bevestigd dat gemakkelijk verwijderd kon worden. Omdat ik de vloer, wand en plafond wilde isoleren moest ik eerst de vloer en wand geheel kaal en schoonmaken. Vooral de vloerplaat was lastig te hanteren omdat deze uit één stuk bestond van ruim 3 meter lang en 1,90 meter breed. Dat was het enige onderdeel dat ik niet alleen kon uitvoeren en waarvoor ik de hulp van mijn zoon in moest roepen. Nadat ik de vloer geïsoleerd had kon ik diezelfde plaat weer gebruiken omdat die nog vrij gaaf was. Voor de wanden heb ik platen besteld die hier precies op pasten met reeds voorgeboorde gaatjes voor de bevestiging van de schroeven. Tussen de plaat en de buitenwand is een ruimte van 6 cm die ik gebruikt heb om schapenwol te plaatsen. Over wat wel en niet geschikt is wordt veel discussie gevoerd zonder dat het echt goed getest is. Dus mijn keuze is ook voor een deel gevoelsmatig, zeker als het om de schapenwol gaat. Voor het plafond heb ik gekozen voor latten die ik zelf op maat zaagde uit balkjes van ruim 3 meter zodat ze de gehele lengte van de laadruimte bestreken. De ribben van het busje waar de buitenwand op bevestigd zijn een goede basis om de binnenwand op vast te maken. Tegelijkertijd met het isoleren van de wanden moest ik ook de gehele bedrading voor de elektriciteit bevestigen, omdat deze achter de wand verwerkt moest worden. Dus moest ik ook de precieze locaties van de gebruikers van stroom weten. Daartoe had ik met viltstift de contouren uitgetekend van bed, keukenblok, w.c. en zithoek, zodat de positie en dus de lengte in ieder geval goed bepaald kon worden. De dikte moest ik uit een tabel afleiden omdat die gerelateerd is het vermogen van de waterpomp, kachel en koelkast en verwachte gebruik van verlichting en stopcontacten en de lengte van de kabel. Daarmee werd ik direct al in het diepe gegooid omdat zwakstroom voor mij geheel nieuw was en ik mij goed moest inlezen. De bedrading in een rijdend vehikel moet bestaan uit kabels met multidraad, zodat de kans op breuk van de gehele draad gering is.

Na de isolatie heb ik als eerste bekistingen gemaakt om de wielkasten heen. Het grote voordeel hiervan is dat deze dan gebruikt kunnen worden om verder te bouwen. Om de bekistingen heen heb ik 12mm platen aan de wand bevestigd die onderdeel worden van de opbergkasten waarop het bed zal steunen. Tegelijkertijd maken deze bekistingen en platen het mogelijk om verder te bouwen. Bijna alle hout dat ik gebruikt heb is 12mm berkenplex. 

De ramen

De eerste stap hierna was het plaatsen van de ramen. Ik heb ervoor gekozen heldere vaste ramen te plaatsen in de achterdeuren, de schuifdeur en bij de zithoek. De buitenwand is zo geplaatst op de horizontale en verticale ribben dat bij het wegzagen of frezen van het stuk binnen de contouren van de ribben er een frame over blijft om het raam aan vast te lijmen. Met duckttape nog even vastzetten en klaar is Kees. Wanneer je kiest voor een raam dat uitklapbaar is en voorzien van verduistering en horrengaas, en dus al voorzien van een frame, dan is dat altijd kleiner en bovendien niet mooi in lijn met de bus. Het ziet er een beetje uit als een puist. Daarom heb ik voor de vaste ramen gekozen, bovendien transparant en niet eenzijdig doorzichtig, als een pooierbak. De ramen zijn op maat te verkrijgen voor de verschillende type busjes en liggen mooi in lijn met de bus.

Omdat ik gekozen had voor een vast raam bij de zithoek, wilde ik hier een raamkozijn maken, in plaats van alles af te werken met naaldvilt zoals ik dat bij de schuifdeur had gedaan. Daar zat op zich geen bedacht plan achter, maar was puur gevoelsmatig. Achteraf was ik blij met de keuze voor het raamkozijn, omdat hierdoor een extra binnenwand gemaakt werd waarachter kabels weggewerkt konden worden en waar ik stopcontacten en metertjes kon plaatsen. Het was een heel gepruts, maar achteraf erg de moeite waard. Het pakte dus wonderwel goed uit. 

Verder had de keuze voor een groot vast raam in de zithoek consequenties voor de ruimte die ik had voor de w.c. Ik had de contouren van het bed, de w.c. en de zithoek op de vloer uitgetekend en zag dat de grens van w.c. en zithoek noodgedwongen de grens van het raamkozijn moest zijn. Daardoor werd de w.c. iets kleiner dan mijn bedoeling was, maar na enig pas en rekenwerk bleek dit nog steeds voldoende. In mijn ontwerp had ik geen rekening mee gehouden met dit grote raam, maar gelukkig was dit uiteindelijk goed in te passen in het ontwerp. 

De centrale balk en de bedrading

Ik had de bedrading door de centrale verticale balk omhoog geleid met aftakkingen naar plafond en naar voren. Om die lelijke centrale balk netjes weg te werken heb ik er een plaat aan bevestigd, die begon op de overgang van bed naar wand w.c. en eindigde bij overgang wand w.c en zithoek annex watertank. Die plaat vormde tegelijk de rand van het kozijn, dat verder vorm kreeg door 2 horizontale platen boven en onder het raam en éen verticale bij de bestuurscabine. De platen heb ik met deuvels verbonden inclusief houtlijm. De positie van de deuvels had ik gemarkeerd met behulp van plakkertjes waarop afgetekend loodrechte lijntjes zodat ik precies in het midden kon boren. Dat werkte perfect om de deuvels te plaatsen. 

Toen ik eenmaal deze keuze had gemaakt, volgde de rest als vanzelf. Ik heb niet echt nagedacht over alternatieven, toen die plaat eenmaal bevestigd was, lag de rest eigenlijk vast. Mogelijk dat ik dit bij een volgende Fiat Ducato anders oplos, het leek de beste oplossing maar als je er goed over nadenkt zijn er waarschijnlijk meer opties.  Ik was hier tevreden mee. 

Elektriciteit

Toen deze wand inclusief kozijn gemaakt was, was de weg vrij om de bedrading bij de accu af te werken. Wat er moest gebeuren was het plaatsen van 2 distributieblocks, de positieve (rood) en de negatieve (zwart). Alle positieve draden van gebruikers (5) lopen via de zekeringkast naar het rode distributieblock en vervolgens gaat een dikke kabel naar de plus van de accu. De zwarte draden lopen naar het zwarte distributieblock en vandaar loopt een dikke kabel naar de min van de accu. Naast verbruikers zijn er 3 leveranciers van stroom, de lader, het zonnepaneel en de dynamo van de motor. De eerste twee worden aan beide distributieblocks aangesloten en vanaf de zekeringkast gaan de rode draden via het distributieblock naar de accu, de zwarte rechtstreeks naar distributieblock en dan accu. De kabel die vanuit de motoraccu naar de woonaccu gaat heeft een zekering op de accu zelf. De walstroom heeft een aparte zekering en wordt geaard via een kabel aan de ‘wal’. De bekisting van de wielkast is een goede plek om de accu op te verankeren. Erg handig is bovendien een metertje (accumonitor) die de in- en uitgaande stroom meet, de mate waarin de accu gevuld is en het voltage. De zekeringkast en accumonitor zijn af te lezen op de wand in de w.c. De oplader die walstroom omzet in geschikte stroom voor de accu is bevestigd aan de ander kant van de w.c.-wand. Verder is een aardekabel verbonden met chassis en het zwarte distributieblock. De kabel van het rode distributieblock naar de positieve pool heeft een aparte zekering. In geval van werkzaamheden aan de accu kan hier alles uitgeschakeld worden. Gezien het verwachte stroomverbruik heb ik gekozen voor een 150Ah gelaccu, waarmee ik 2 dagen vooruit kan zonder te rijden, zonder te laden en zonder licht voor het zonnepaneel. Die omstandigheden zijn extreem en tot nu toe is het niet gebeurd dat de koelkast uitviel door te lage spanning in de accu. 

De opbergkasten en bed

Het deel waar de elektriciteit geïnstalleerd is, wordt door een plaat afgesloten van de opbergruimte. De plaat is vastgemaakt aan de vloer en de bekisting van de wielkast en kan door een pianoscharnier in het midden naar beneden geklapt worden, waardoor het geheel toegankelijk blijft. De gehele opbergkast is 60 breed en 90 cm hoog. De plaat aan de wand, de wand van de w.c., de nieuwe wand aan het gangpad en de achterwand bij de achterdeuren vormen het geheel. Links en rechts zijn qua vorm 2 identieke kasten, alleen de indeling is anders en de rechterkast is 140 cm lang, de linker 120 cm. Omdat de kasten zo hoog zijn, heb ik voor de toegankelijkheid beide wanden aan het gangpad van pianoscharnieren voorzien zodat ze neergeklapt kunnen worden als de werkzaamheden dat vragen. In de rechterkast heb ik de ruimte gemaakt voor 2 gasflessen. Hierbij kon ik ook weer handig gebruik maken van de bekisting van de wielkast. Tussen de bekisting en wand hoefde ik slechts een extra wand te maken en bovenop een afsluitende klep. Alle naden heb ik afgedicht met rubber tape en in de vloer heb ik een opening naar buiten gemaakt worden om het zwaardere propaan in geval van lekkage naar buiten te kunnen laten ontsnappen. 

De opbergkasten worden aan de bovenkant gesloten door de twee beddelen, die met pianoscharnieren verbonden zijn en omhoog geklapt kunnen worden. In het midden worden ze ondersteund door twee stangen die door middel van vastgelijmde uitsparingen in de wanden geplaatst kunnen worden. De randen van deze beddelen (12 mm berkenplex) zijn halfrond gefreesd. Matrassen heb ik op maat laten maken en voor de beluchting heb ik een tussenlaag van 1 cm, waar de lucht kan circuleren.

De w.c.

De ruimte die er is voor een w.c. is ongeveer 60 bij 60 cm, maar bij gebruik van de w.c. kan het deurtje gewoon openblijven en is de werkelijke ruimte groter. Het toilet is een Porta Potti met een spoelreservoir van 10 liter en een verzamelreservoir van ca. 20 liter. Het zitgedeelte en het reservoir kunnen eenvoudig gescheiden worden door een hendel aan de achterkant. Het bovenste gedeelte kan opgehangen worden aan een haak, terwijl het reservoir geleegd wordt. Ik heb ervoor gekozen om geen douche te installeren, omdat deze proportioneel veel ruimte inneemt, terwijl het gebruik zeer beperkt is. Zuinig zijn met water en ruimte houdt in dat een keuze voor een douche niet echt verstandig is. Een washandje verricht ook wonderen. De w.c. is zo gemaakt dat deze in gesloten toestand er uit ziet als een wastafel met spiegel. Een teiltje kan dienen als het wastafel deel. Voor ’s nachts en onderweg is zo’n w.c. onmisbaar. Ook voor een grote boodschap kan die gebruikt worden via de plastic-zak-constructie. Een 20 liter zak wordt in het zitgedeelte geplaatst en vast gezet met de bril. Gevuld en dichtgebonden kan deze in de dichtstbijzijnde vuilnisbak gedeponeerd worden. Werkt heel goed. Medebewoners kunnen even een ommetje maken, indien gewenst.

De watervoorziening

Water is onmisbaar in een camper en als je dit heel gebruikersvriendelijk wilt maken, dan zijn een reservoir, pomp, spoelbak en vuilwaterreservoir noodzakelijke onderdelen. Het reservoir heb ik geplaatst naast de w.c. en er een zitplaats omheen gebouwd. Je hebt hierbij de keuze tussen een dompelpomp en een zelf-aanzuigende drukpomp. De dompelpomp wordt geplaatst in het reservoir, terwijl de drukpomp buiten het reservoir staat. Ik vind de montage van de drukpomp iets gemakkelijker en dat gaf de doorslag, maar ik realiseer me dat kans op lekkage met drukpomp wel groter is. Ik heb gekozen voor een reservoir van 80 liter en een vuilwaterreservoir van eveneens 80 liter. Naast de drukpomp moet je ook een expansievat installeren om de drukveranderingen te beperken. Het betekent dat je sowieso van de buitenkant een invoer moet maken, dus een gat, elke keer weer spannend. Met een haakse tankdoorvoer is de verbinding met het reservoir gemaakt en het waterniveau in het reservoir en de vuiltank wordt elektronisch afgelezen met sensoren die 4 niveaus aangeven van vol tot bijna leeg. De sensor in de vuilwatertank geeft alleen vol aan.

Het keukenblok

Het keukenblok heeft naast een spoelbak met afvoer naar de vuiltank een koelkast en drie lades voor alle keukengerei. De lades heb ik op maat laten maken en zijn voorzien van een ‘rem’mechanisme om te voorkomen dat de lades hard dichtklappen. Om te voorkomen dat ze bij elke bocht openvliegen heb ik er drukknopen op gemonteerd, die dit voorkomen. De koelkast is een compressiekoelkast, die gekoeld wordt door alleen de accu. Het is de belangrijkste grootverbruiker van stroom, maar de accu en het zonnepaneel zijn hierop berekend. De vuiltank heeft een afvoer door de vloer naar buiten, uiteraard met kraan. Het vuilwater is geheel organisch van aard en kan in elke afvoer gestort worden. Ik heb besloten geen warmwatervoorziening te maken aangezien ik geen douche heb en altijd water kan verwarmen met gas of elektrisch. Het keukenblad is van 27 mm dik eikenhout en 4 maal gelakt om kromming te voorkomen. Om het maken van gaten goed voor te bereiden heb ik eerst een mal van hechthout gemaakt om zeker te zijn dat de proporties kloppen. Bijna alle verbindingen heb ik met de Kregmethodiek gemaakt, alleen het blad heb ik vastgelijmd. De randen van het blad heb ik schuin afgefreesd om de scherpe rand te verwijderen en het vriendelijker te laten ogen. 

De verwarming

In mijn vorige camper had ik een Truma heteluchtverwarming, die op gas gestookt wordt. Op zich is dat heerlijke warmte, maar het gasverbruik is erg hoog als je dagelijks de kachel een paar uur aan hebt. Op zich is dat nog geen ramp maar wat wel een ramp is, is de geringe uniformiteit in gasflessen, waardoor je in het buitenland de flessen niet kan inwisselen, en dus gedwongen wordt een buitenlandse fles te kopen, met vaak ook nog een apart verloopstukje. Niet handig dus. LPG is meer uniform, maar het is wettelijk niet toegestaan om zelf je tank te vullen, dus ook niet echt handig. Daarom heb ik besloten een dieselkachel te installeren, een Planar, de Russische (goedkope) versie van de Webasto. De Chinese versie is nog goedkoper, maar hiervan zijn reserveonderdelen moeilijk te krijgen. Voor de Planar moet je 2 gaten in de vloer boren voor de inlaat van verse lucht en de uitlaat van verbrandingsgassen, vooral CO2 en water. Ik heb de dieselleiding direct verbonden met de dieseltank door een gaatje te boren in de vlotterdeksel. Het gaatje en de doorsnede van de leiding moeten precies overeenkomen en de leiding heb ik maximaal driekwart van de tank laten bereiken om te voorkomen de verwarming de tank leegtrekt en je niet meer weg kan komen. Je moet even wennen aan het geluid van de pomp, maar verder een prima kachel.

De stoelen

In het oorspronkelijke bestelbusje was er naast de bestuurdersstoel een bankje. De kans om een busje te vinden met twee aparte stoelen is zeer klein, dus is de beste oplossing om het bankje en de stoel te vervangen door twee aparte identieke stoelen, waaronder draaiplateaus geplaatst worden zodat de stoelen onderdeel gemaakt kunnen worden van het woongedeelte. Dit vergroot de woonruimte aanzienlijk en is daarom zeer de moeite waard ondanks de hoge kosten van vooral de stoelen. Het is belangrijk om te weten dat de RDW de draaiplateaus niet accepteert, tenzij deze door een speciaal bedrijf geïnstalleerd zijn. Dus voor de keuring bij de RDW de draaiplateaus tijdelijk verwijderen.

De verduistering

Ik heb alle vaste ramen voorzien van verduisterende rolgordijnen, alleen de ramen in de cabine zijn plooigordijnen die via een rail bediend worden. Op de achterdeuren en de schuifdeur zijn de rolgordijnen op de deur bevestigd en dat betekent dat ze in het geval van de achterdeuren de beddelen in de weg zitten als deze opgeklapt worden, wanneer de deuren dicht zijn. In dat geval moeten de rollen eerst losgemaakt worden, wat vrij eenvoudig te doen is. In het geval van de schuifdeur werd het rolgordijn een probleem toen ik de hordeur installeerde. De cassette die de rol omgaf drukte tegen het raamwerk van de hordeur, waardoor de deur moeilijk sloot en ook het gordijn moeilijk te bedienen was door de druk. De bediening was pas mogelijk door verwijdering van de cassette en aanpassen van de achterste houder van de rol, zodat deze niet tegen het raamwerk drukte. Het rolgordijn in het raamkozijn was op zich prima, alleen had ik per ongeluk een semi-transparant gordijn gekozen om zoveel mogelijk tegemoet te komen aan het kleurenpalet, maar die heb ik toch vervangen voor een verduisterend gordijn met een kleur die achteraf ook goed past.

De kleuren

Nadat ik alles ingebouwd had, was het verder de vraag of ik alles in de houtkleur zou laten of een deel zou verlevendigen met frisse kleuren. Ik wilde het gevoel van een sauna vermijden en besloot dus voor het tweede. Het hout is berkenplex en bij die kleur heb ik passende tinten gezocht, groen voor de kastjes boven en de vloer, de wand in de slaapkamer oker en de gordijnen zandkleurig tot zacht-groen. De plaatjes moeten voor zich spreken. Het is ook een kwestie van smaak natuurlijk, maar hoe dan ook, ik was tevreden dat ik voor kleuren had gekozen. 

Ventilatie

Wanneer de temperatuur hoger is dan 20 graden Celsius is het prettig om te ventileren. Als de schuifdeur helemaal open is en ook het dakraam, zorgt dit voor de nodige ventilatie. Ook de achterdeuren kunnen geopend worden voor een volledige doorluchting. In perioden dat er veel insecten zijn is het belangrijk dat je deze openingen kunt afsluiten met behulp van horrengaas. In het dakraam is dit ingebouwd en de opening aan de achterkant kan dit met een speciaal voor dit type busje gemaakt horrengaas met magneten goed afgesloten worden. Voor de schuifdeur is er een horrendeur die precies passend is, maar de installatie kostte mij extra moeite omdat het frame van de hordeur in conflict kwam met de cassette van het rolgordijn. Maar gelukkig was dit oplosbaar. Ook knutjes worden door dit hor geweerd.

Luifel

Als de camper noodgedwongen in de brandende zon staat, is het aangenaam om buiten in de schaduw te kunnen zitten en dat betekent dat je een luifel nodig hebt. Ik heb gekozen voor het gemak van een luifel die geïnstalleerd wordt op de dakrand en met een stang uitgedraaid kan worden. Dat bespaard opbergruimte en is bovendien erg gebruikersvriendelijk. Het nadeel is de prijs die aardig aan de maat is. Alternatief is om een tarp aan de 3 bevestigingspunten op de dakrand te bevestigen en met 2 of 3 stokken en scheerlijnen hoog te houden. Voor de smalle beurs is dit zeker een oplossing.